In verband met de kinderboekenweek en mijn post van eerder deze week, wil ik het vandaag verder hebben over lezen. Nu niet over lange teksten begrijpen, maar over kleinere teksten. Namelijk over leesvragen. Deze komen bij de meeste vakken en in de meeste toetsen wel voor tegenwoordig, volgens mijn leraren van vroeger omdat je dan kan laten zien dat je ‘ook echt toe kan passen wat je hebt geleerd’. Super vervelend als juist die je vervolgens niet lukken, ook al ben je al weken aan het voorbereiden op de toets. Leesvragen zijn vaak moeilijk om te maken. De centrale eindexamens zijn bijna volledig opgebouwd uit dit soort mini-teksten, waar je dan zelf de informatie uit moet halen die je nodig hebt. Het zijn dus ook nog eens belangrijke vragen om goed te kunnen doen.

Leesvragen kunnen enorm lastig zijn, helemaal als je al moeite hebt met het vak op zich. Ik had regelmatig zelf, en zie ook vaak bij leerlingen die ik help, dat je alle informatie voor jezelf goed op een rijtje hebt als je een toets ingaat. Vervolgens komt er een mini-tekst met een vraag die daar losjes bij hoort en loopt je hoofd vol met twijfel. Je raakt het overzicht kwijt, weet niet meer welke informatie nou belangrijk is, en schrijft dus een A4-tje vol bij de eerste vraag, blijft heel lang twijfelen of blokkeert en weet meteen niets meer van wat je hebt geleerd. En dan moet je de rest van de toetsvragen nog. In deze post ga ik je hiermee helpen!

Ruimte houden

Het probleem is dat er te veel informatie op je af komt. Dit maakt leesvragen zo moeilijk om te maken. Mensen kunnen maar tussen de vijf en negen items tegelijk actief in gedachten houden. Het gemiddelde hiervan ligt op zeven items. Als er dus allemaal nieuwe informatie in zo’n mini-tekstje staat, jij er vervolgens al geleerde informatie bij probeert te zoeken, en er dan ook nog een vraag komt, is dat al snel te veel. Helemaal als er ook nog andere dingen spelen: dat het een moeilijk vak is, wat je vrienden net zeiden, dat je je zorgen maakt om het virus, hoe het thuis gaat, enzovoorts. Hoe kun je dan het beste met zo’n mini-tekst omgaan? Wees lief voor jezelf, en maak het jezelf zo makkelijk mogelijk.

Geheugensteuntjes

Voor je überhaupt de toets inkijkt, schrijf je bovenaan een kladblaadje of een antwoord blaadje de belangrijkste dingen die je voor deze toets hebt onthouden. Je weet wel, die dingen die je net nog naar een vriend riep toen je de klas inging om niet te vergeten. Misschien is het een formule die je steeds vergeet maar net nog in je boek hebt opgezocht, of een bepaald begrip wat je met een ander begrip door elkaar haalt. Dit scheelt alvast weer iets wat je actief in gedachten moet houden.

Rustig worden

De volgende stap, nog voor je de toets inkijkt, is om rustig uit te ademen. Natuurlijk is je leven druk met van alles, maak je je zorgen om dingen. Dat is heel normaal, maar alles maakt nu even niet uit. Het belangrijkste op dit moment is wat er nu gebeurt. Je gaat je focussen op de eerste vraag. Daarna pas ga je weer nadenken over waar je je druk om maakt. Als je je na de eerste vraag nog rustig voelt, ga je verder. Anders adem je eerst weer rustig uit. Kijk ondertussen rustig om je heen, neem een slokje water of iets te eten, maak je hoofd weer leeg. Als je gestresst bent kun je niet nadenken, dus het is beter even rust te pakken om vervolgens helder en sneller de antwoorden te weten, dan om straks vast te lopen. Dit hoeft niet lang te duren, vaak is 30 seconden of twee keer rustig uitademen al genoeg.

Let op wat écht belangrijk is

In zo’n mini-tekst staat vaak veel informatie in een klein stukje. Sommige informatie is nuttig, sommige niet. Oefenen met dit soort vragen helpt om erachter te komen wat wel en niet belangrijk is. Dit doe je door te onderstrepen wat jou belangrijk lijkt terwijl je het tekstje leest. Als je hier mee begint zal dat waarschijnlijk een groot deel van de tekst zijn. Wanneer je dan de vraag bekijkt, merk je dat je lang niet alle informatie die je hebt onderstreept ook echt nodig hebt. Dit helpt ook een volgende keer dat je zo’n tekstje ziet: schrik niet, het lijkt heel wat, maar je hoeft echt niet alles te begrijpen of onthouden. Onderstreep wat je wel nodig hebt nog een keer of met een andere kleur.

Niet te veel tegelijk

Zoals ik al zei kun je niet teveel tegelijk actief in gedachten houden. Dus onderstreep of schrijf naast de tekst wat belangrijk is, welke cijfers je nodig hebt, welke formule je daarmee in kan vullen, enzovoorts. Op die manier hoef je niet de tekst meerdere keren door te lezen, om afgeleid te worden met wat er staat. Zo kun je je aandacht houden bij de vraag, hoe je die op gaat lossen, welke informatie je daarvoor nodig hebt, en wat die informatie is. In die volgorde, niet tegelijk. Want als je weet wat je gaat doen heb je de vraag niet meer nodig als iets actiefs. Pas als je denkt dat je het antwoord weet check je of dat echt het antwoord op de vraag is.

Kom je er niet uit?

Lukt het niet om zelf uit leesvragen te komen? Blijf je in paniek raken, lukt het niet om helder na te denken of om de informatie overzichtelijk te houden? Vraag dan hulp! Leesvragen zijn moeilijk om te maken. Ik kan met je beeldbellen, mailen, appen of even langskomen om je verder te helpen. Met een goed plan voor dit soort vragen kom je bij veel vakken al een heel eind. Ook als de vakken je niet liggen.