25 procent van de 15-jarigen in Nederland kan onvoldoende goed lezen. 25 procent! Dat is een kwart. Eén op de vier. En de laatste jaren is dat percentage gestegen, er wordt verdere stijging verwacht. Nu de kinderboekenweek er aankomt lijkt het mij goed om hier verder naar te kijken. Hoe kan dit, en wat kunnen we hier tegen doen?

Hoe kan het dat veel jongeren problemen hebben met lezen?

Volgens sommigen wordt de lol voor lezen door het vakonderdeel begrijpend lezen vernietigd. Zelfs kinderen die lezen op de basisschool nog leuk vonden, vinden dat na het vak Nederlands een jaar te hebben gehad vaak niet meer. Het lijkt alsof de middelbare school het enthousiasme er vakkundig uit slaat met een knuppel gemaakt van herhaling, drang en trucjes die je niet echt hoeft te begrijpen en later nooit meer nodig hebt.

Motivatie

En dat zou inderdaad een groot onderdeel van het probleem kunnen zijn. Motivatie, de wil om iets te doen, bestaat namelijk uit drie onderdelen: competentie, autonomie, en verbinding. Competentie is hoe goed je het kan: motivatie is het makkelijkst op te brengen als je denkt te kunnen wat je moet doen, maar het niet zo makkelijk is dat het geen uitdaging meer is. Autonomie is de mogelijkheid zelf te kunnen kiezen. Dat hoeft niet volledig, als je maar inspraak hebt over in ieder geval de manier waarop je iets doet. En verbinding is hoe belangrijk of leuk het voor jou is. Dit kan ook ontstaan door die leuke leraar die het uitlegt zoals jij het begrijpt. Een steeds terugkerende taak die altijd op exact dezelfde manier met dezelfde stappen zonder dat je echt hoeft te begrijpen wat er staat, is precies het tegenovergestelde daarvan.

Wat kunnen we doen?

Het lijkt vanzelfsprekend. Geen begrijpend lezen meer! Helaas is inmiddels het grootste deel van het centraal examen hieruit opgebouwd. Namelijk 60% van het eindcijfer bestaat hieruit. Tegelijkertijd heeft literatuur, dus echt lezen, nog maar een weging van 9% in het eindcijfer. Terwijl literatuur wel de vrijheid geeft om zelf te kiezen welk boek je leest, hoe je dat leest en waarom je dat leest, en dus veel meer inspringt op wat een leerling kan motiveren.

Maar verandering zal langzaam gaan, als degenen die over het examen besluiten al vinden dat begrijpend lezen inderdaad niet zo leuk is als het klinkt. Tekstschrijvers die het examen hebben gedaan zouden het er in ieder geval wel mee eens zijn om dit onderdeel drastisch aan te pakken. In 2018 heeft een hoogleraar Nederlands samen met collega’s het eindexamen gedaan. Niemand van hen had hoger dan een 8,5- terwijl zij de experts zijn op Nederlandskundig gebied.

Wat kun je als leerling doen?

Stel nou, je zit in de klas en je voelt je enthousiasme wegzakken, wat dan? Misschien dat je jezelf de keuze terug kan geven, en wat verbinding: welke van de teksten doe je eerst? Bedenk van te voren of jij er voor jezelf informatie uit wil halen. Zijn er dingen aan dit onderwerp die jou interessant lijken? Lees de tekst dan óók, naast de trucjes, om daar achter te komen. En heb je het gevoel dat je je verveeld omdat het geen uitdaging meer is na de 100ste tekst die je moet “begrijpen”? Lees dan toch eerst de tekst door en probeer de vragen uit je geheugen te maken. Wel even checken of je het je goed herinnerde. Of probeer het echt zo foutloos mogelijk te doen.

Kom je er niet uit? Is lezen gewoon niet jouw sterkste punt, of wil je voor een ander vak praktische tips om het leuk en haalbaar te maken? Neem dan contact met ons op!